Zakelijk laden
Steeds meer bedrijven krijgen te maken met elektrisch vervoer. Medewerkers rijden elektrisch, zakelijke bezoekers willen hun auto opladen en wagenparken stappen geleidelijk over op elektrische voertuigen. Met zakelijke laadpalen kun je een passende laadinfrastructuur realiseren voor je bedrijfslocatie, personeel of bedrijfswagens.
Maar hoeveel laadpunten heb je nodig, welke aansluiting is geschikt en hoe regel je de kostenverdeling tussen bedrijf en medewerkers? Op OccasionNet lees je waar je rekening mee moet houden: van één laadpunt op een bedrijfsparkeerplaats tot een groter laadplein met centraal beheer, toegangscontrole en automatische verrekening.
Niet ieder bedrijf gebruikt laadpalen op dezelfde manier. Een medewerker die acht uur op kantoor parkeert, heeft andere laadbehoeften dan een elektrische bestelwagen die meerdere keren per dag op pad gaat.
Daarom begint een zakelijke laadoplossing met het bepalen van de daadwerkelijke laadbehoefte.
Medewerkers kunnen hun elektrische auto opladen tijdens werktijd. Wanneer voertuigen meerdere uren geparkeerd staan, zijn reguliere AC-laadpunten vaak een passende oplossing.
Met gebruikersregistratie kun je bijhouden hoeveel elektriciteit wordt afgenomen en welke afspraken over de kosten gelden.
Een laadpunt voor klanten en bezoekers kan onderdeel zijn van de dienstverlening op je bedrijfslocatie.
Denk daarbij niet alleen aan de laadmogelijkheden, maar ook aan bereikbaarheid, toegangstijden, betaalmethoden en de manier waarop de parkeerplaatsen worden gebruikt.
Heb je meerdere elektrische bedrijfswagens of personenauto's? Dan is het belangrijk om te bepalen hoeveel energie de voertuigen dagelijks nodig hebben en wanneer ze beschikbaar zijn om te laden.
Met laadmanagement kan de beschikbare stroom over meerdere voertuigen worden verdeeld. Zo hoeft niet iedere auto voortdurend op maximaal vermogen te laden.
Bij voertuigen die snel weer de weg op moeten, kan DC-snelladen interessant zijn. Een snellaadopstelling vraagt doorgaans een grotere investering en stelt hogere eisen aan de beschikbare elektriciteitscapaciteit.
Laat daarom vooraf onderzoeken of het gebruikspatroon van je voertuigen werkelijk een snellader vereist.
De kosten van zakelijke laadinfrastructuur zijn afhankelijk van de omvang, de locatie en de technische voorzieningen.
Bij een klein bedrijf met één of enkele laadpunten kan de installatie relatief overzichtelijk zijn. Bij een groter parkeerterrein kunnen graafwerk, kabeltracés, verdeelkasten en netcapaciteit een aanzienlijk deel van de investering vormen.
Vergelijk zakelijke laadoplossingen daarom op totale kosten over meerdere jaren en niet uitsluitend op de aanschafprijs van de laadstations.
Bij reguliere AC-laadpunten zijn 11 en 22 kW veelvoorkomende vermogens.
Een 11 kW-laadpunt kan geschikt zijn voor voertuigen die langere tijd geparkeerd staan, bijvoorbeeld tijdens een werkdag. Wanneer een auto bij AC-laden maximaal 11 kW ondersteunt, levert een 22 kW-laadpunt voor die auto geen hogere laadsnelheid op.
Bij de keuze voor 22 kW moet je rekening houden met zowel de voertuigen als de beschikbare stroomaansluiting.
Voor locaties met veel voertuigen kan een goede verdeling van het beschikbare vermogen belangrijker zijn dan het maximale vermogen van één laadpunt.
Wanneer meerdere elektrische auto's tegelijk opladen, kan de gezamenlijke stroomvraag snel toenemen.
Load balancing verdeelt het beschikbare vermogen over de aangesloten voertuigen. Daardoor kan het systeem rekening houden met andere elektrische installaties binnen het bedrijf. Bij dynamisch laadmanagement wordt het laadvermogen aangepast wanneer de beschikbare capaciteit verandert.
Ook kun je bij geschikte systemen rekening houden met de vertrektijden van voertuigen of de momenten waarop zelf opgewekte elektriciteit beschikbaar is.
Voor grotere locaties is het verstandig om bij de keuze van laadstations te letten op de mogelijkheden voor centraal beheer, communicatieprotocollen zoals OCPP en uitbreiding in de toekomst.
Een medewerker met een elektrische auto van de zaak kan de mogelijkheid hebben om thuis te laden. Daarbij speelt niet alleen de installatie van de laadpaal een rol, maar ook de registratie en vergoeding van de gebruikte elektriciteit.
Bij thuisladen wordt de elektriciteit doorgaans afgenomen via het privé-energiecontract van de werknemer. Wanneer de werkgever deze kosten vergoedt, moet duidelijk zijn hoeveel elektriciteit daadwerkelijk voor de zakelijke auto is gebruikt en op welke kosten de vergoeding is gebaseerd. Een laadpunt met geschikte verbruiksregistratie kan hierbij helpen.
Het standpunt van de Belastingdienst is dat een onbelaste vergoeding van intermediaire elektriciteitskosten in beginsel gebaseerd moet zijn op de werkelijk gemaakte kosten. Een willekeurig landelijk gemiddelde per kWh is daarvoor niet automatisch voldoende.
Laat de gekozen vergoedingsmethode daarom beoordelen binnen de fiscale en administratieve afspraken van het bedrijf.
Voor bepaalde investeringen in private laadinfrastructuur bestaat de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA). De regeling ondersteunt ondernemers die op een eigen of gehuurde locatie in Nederland laadvoorzieningen realiseren voor elektrische voertuigen.
De aanvraagperiode voor 2026 loopt van 20 januari 2026 om 09.00 uur tot en met 18 december 2026 om 12.00 uur, zolang aan de geldende voorwaarden en budgetregels wordt voldaan.
De regeling kent verschillende eisen. Zo moet de onderneming aan de voorwaarden voldoen en moet de laadinstallatie een geschikt minimaal vermogen hebben.
Ook geldt een minimaal subsidiebedrag van € 2.500 per locatie. Daardoor komt niet iedere afzonderlijke zakelijke laadpaal automatisch in aanmerking.
Verder maakt het uit hoe hoog de subsidieaanvraag is:
De regeling kent daarnaast technische, administratieve en staatssteunvoorwaarden. Controleer de actuele eisen bij RVO voordat je een opdracht verstrekt.
Voor bepaalde gebouwen gelden wettelijke eisen aan oplaadpunten en de voorbereiding van laadvoorzieningen. Die eisen hangen onder meer af van de gebruiksfunctie van het pand, het aantal parkeerplaatsen en of het gaat om bestaande bouw, nieuwbouw of een verbouwing.
Daarom kun je niet voor ieder bedrijf dezelfde verplichting aannemen.
Controleer bij een nieuwbouwproject, uitbreiding of bestaande bedrijfslocatie welke voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing zijn. Daarbij kunnen ook eisen gelden voor elektrische veiligheid en toekomstige leidingvoorzieningen.
Bij elektrisch rijden met een auto van de zaak spelen naast de laadkosten ook de bijtelling en de totale gebruikskosten een rol.
Met de bijtellingrekenhulp van OccasionNet kun je een indicatie krijgen van de fiscale gevolgen van privégebruik van een zakelijke auto. De uitkomst hangt af van de voertuiggegevens en je persoonlijke belastingsituatie.
Kosten van zakelijke laadinfrastructuur kunnen onder voorwaarden fiscaal verwerkt worden. De exacte behandeling hangt af van de investering, het gebruik en de toepasselijke belastingregels. Laat dit beoordelen door een belastingadviseur.
Mogelijk. De SPRILA-regeling ondersteunt bepaalde private laadinfrastructuur, maar stelt eisen aan onder andere de aanvrager, het laadvermogen en het minimale subsidiebedrag.
Ja, maar voor een onbelaste vergoeding moet de gekozen werkwijze aan de fiscale voorwaarden voldoen. Een correcte registratie van het verbruik en de werkelijk gemaakte kosten is belangrijk.
Nee. Het benodigde vermogen hangt af van de voertuigen, hun parkeertijd en de elektriciteitsaansluiting. Voor veel situaties kan 11 kW voldoende zijn.
Dat hangt af van het beheersysteem. Gebruikers kunnen bij geschikte systemen bijvoorbeeld met een laadpas, app of andere identificatiemethode worden geregistreerd.
Broncontrole: 27 oktober 2026.